LES 19


19.1 Predicatieve bepaling
predicatief Met deze oefening kun je eerst eens kijken of je in een paar Nederlandse zinnen het verschil tussen 'bijvoeglijke' en 'predicatieve' bepaling kunt zien.


19.2 Vorming van het participium praesens
mann./vrw. onzijdig Een invuloefening waarmee je kunt checken of je het rijtje van het ppa van vocare kent.
match Je krijgt 5 vormen van de zelfstandige naamwoorden deus, pater en servus die je moet laten congrueren met vormen van het ppa van vocare.


19.3 Gebruik van het participium
vertalen Om een ppa goed te vertalen, moet je op twee dingen letten: congruentie ('wie doet het?') en gelijktijdigheid (partic. praesens). In deze oefening krijg je 6 zinnen; er worden 4 vertalingen gegeven van het participium en jij moet de juiste kiezen.

Woorden
19.A
19.B
Flitskaartoefening als hulp bij het leren van de woorden van 19.A en 19.B