Europa's leerschool: de zeven vrije kunsten in de Middeleeuwen

Een rondgang langs Leidse handschriften

W.P. Gerritsen

Ieder die in de vroege Middeleeuwen voortgezet onderwijs ontving, kreeg te maken met een vakkenpakket dat uit zeven vakken bestond, de septem artes liberales, oftewel de ‘zeven vrije kunsten’. Drie vakken hadden betrekking op taal en taalgebruik: grammatica, rhetorica en dialectica. Dit drietal vormde het zogenaamde trivium, de drievoudige toegangsweg tot hogere studies. Ze legden het fundament voor de vier vakken van het quadrivium; hierbij was het gemeenschappelijke basiselement niet het woord, maar het getal. Arithmetica of rekenkunde hield zich bezig met in getallen uitgedrukte grootheden als zodanig, geometrica of meetkunde met onbewegelijke grootheden, astronomia of sterrenkunde met bewegelijke grootheden, musica, ten slotte, met de onderlinge verhoudingen van verschillende grootheden, zoals tonen. De ‘zeven vrije kunsten’ hebben een diepgaande invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van het denken. In de hier gepubliceerde uiteenzetting worden de artes liberales beschouwd uit het gezichtspunt van de wetenschapsgeschiedenis. Elk van de zeven artes wordt gepresenteerd aan de hand van een handschrift uit de collectie Westerse Handschriften van de Leidse Universiteitsbibliotheek.

2007, 48 pag., 19 ill. waarvan 10 in fc, pb
ISBN 978-90-5997-048-9

€7.50

In winkelwagentje:


Copyright © 2017 Primavera Pers | Development Zen4All